‘Nu ben ik gauw weduwe’, dacht Ans. Gelukkig liep het goed af…

Gesprek met tante Ans Adama-Blom met Ivo Blom, Amsterdam, 8 september 2011. Met aanvullingen van tante Ans op 3 augustus 2017 en op 14 december 2017. Samen met Paul bekeken tante Ans en Ivo op 8 september 2011 de foto’s uit het kistje van tante Mies, de jongste zus van opa (Frits) Blom. Tante Ans herkende haar eigen ooms en tantes van vaders en moeders kant (Blom en Hurks). Paul noteerde achterop de foto’s de namen.

Daarnaast gaf tante Ans Ivo een cassette mee, waarop oma (Trees) Blom vertelt over haar familie, en een fotootje van Gesina Hurks-van der Pol, de moeder van oma Blom. Paul vertelde hierbij nog eens de anekdote die oma hem ooit had verteld: rond 1900 werd in Amsterdam de elektrische tram geïntroduceerd. Op straat vroeg een man haar: weet u ook waar ik de elastieke tram kan vinden?


Huizen en locaties van de Familie Blom

vaneffenstraatNet als haar oudere zussen en haar broer Frits, is Ans Adama-Blom geboren in de Van Effenstraat 9, één hoog, (zie foto links) achter de Kinkerstraat in Amsterdam-West. Haar vader en moeder gingen er een week na hun trouwen in 1915 wonen. Ans wist er zich helaas nog maar weinig van te herinneren… Als driejarige verhuisde ze al naar drie hoog in de Hendrik Jacobszstraat 36 (foto rechtsonder), op 12 mei 1926, aldus het Amsterdamse bevolkingsregister. Toch kon ze zich nog iets van de omgeving van de Van Effenstraat herinneren, namelijk een groot plein met bomen. Vermoedelijk was dit het pleintje van de huidige Hasenbroekstraat.


HJS 36 klBeide bewoningen, zowel de Van Effenstraat als de Hendrik Jacobszstraat, waren van de woningcorporatie Rochdale, opgericht in 1903 en vernoemd naar een Engels plaatsje waar de coöperatieve gedachte zijn oorsprong zou hebben. De architect van de Van Effenstraat en omgeving was Willem Noorlander (1877-1940), bekend van gebouwen als het Ceintuur Theater uit 1921 (begonnen als bioscoop, later een keukenhal en nu een café-restaurant). De bouw van de Van Effenstraat was in 1915 klaar, dus Frits en Trees Blom zijn in nieuwbouw ingetrokken.

HJS 36 voordeur klIn 2007 werd de van Effenstraat geheel gerestaureerd en bleven de kenmerkende groene tegeltjes behouden. De architect van het complex van de Hendrik Jacobszstraat (voordeur foto links) was J.C. (Jop) van Epen (1880-1960), die tussen 1916 en 1926 voor Rochdale diverse woningblokken op Oud-Zuid bouwde, waaronder in 1920-1921 dat van Hendrik Jacobszstraat 36-50. Ook hier betrok de familie Blom dus een (bijna) nieuw opgetrokken woning.

De familie van opa Blom

Hoe, waar en wanneer hebben Frits en Trees elkaar leren kennen, weet Ans niet. Toen Frits Blom en Trees Hurks op 1 september 1915 in Amsterdam trouwden, was niet alleen hij maar waren ook zijn vader en zijn schoonvader meubelmaker. Iemand had Frits aangeboden om architect te laten worden, maar zijn vader vond dat hij net als hijzelf meubelmaker moest worden en dus gebeurde dat.

overgrootvaderenmoeder-klAns heeft haar grootouders van vaders kant niet meer gekend. Haar opa Blom, Augustinus Giacento, overleed in het jaar van haar geboorte (1923); haar oma, de Rotterdamse Christina Blom-Sterkman, een jaar later. Er zijn nog wel twee foto’s van ze (inmiddels op de Blommensite).

Frits (1887-1971), geboren en getogen Amsterdammer, was de oudste van zijn broers en zussen, al had hij een ouder zusje maar die was al als klein kind overleden. Na Frits kwamen achtereenvolgens Anton (1891-1981), Chris (1893-?), Guus (1896-1974) en Mies (1898-1972). In 2011 herkende Tante Ans op de foto’s de broers en zussen van opa: 1) oom Ton/Anton en tante Riek van Bruggen (1894-?); 2) oom Chris en Tante Stien van der Wielen (1894-?); 3) Oom Guus en Tante Bep Oude Elferink (1909-1987), en 4) Tante Mies zelf, getrouwd met Wim/Willem Leuring (1893-1954).

opa-blom-broers-zussen-kl

Broers en zussen Opa Blom: Van links naar rechts achter; Opa Frits Blom, Tante Mies Blom en Oom Guus Blom. Van links naar rechts voorop; Oom Antoon Blom. Tante Riek Blom en Oom Chris Blom. Foto: collectie Paul Adama (uit het kistje van Tante Mies).

Oom Anton was net als zijn vader en zijn oudste broer meubelmaker en was in 1917 getrouwd met de Amsterdamse Riek van Bruggen, dochter van een diamantslijper. Zij was 23, hij 24 volgens het archief (maar volgens onze stamboom al 26).

Blom foto's ViolistOom Chris was volgens Ans en Ineke de artistieke, de zijige. Hij was een violist in zijn vrije tijd – er zijn prachtige studiofoto’s van hem en zijn viool. Hij trouwde in 1921 met Christina (Stien) van der Wielen en verhuisden nog datzelfde jaar naar Zaandam. Zij hadden volgens tante Ans een manufacturenzaak in Alkmaar. Tiny had daar haar eerste baantje als verkoopster.

Oom Guus (eerst etaleur, later winkelier) en Tante Bep, dochter van een tramconducteur, trouwden in 1928 en hadden zeven kinderen. Bep werkte als 18-jarig meisje bij oom Guus in de zaak. Guus had al twee kinderen uit een eerder huwelijk. Hij was namelijk al getrouwd geweest met Anna Maria Tijsenraad (1894-1925), maar die was vroeg overleden. Bep, die boven Anton woonde, had Antons vrouw op haar sterfbed beloofd voor de kinderen te zorgen. En dus trouwde ze ook maar met Anton.

tantemiesMies was in 1923 getrouwd met Willem Leuring, ‘Oom Wim’. Hij was timmerman bij de Gemeente. Hij noemde zijn vrouw altijd liefkozend Mietje. Tante Mies was altijd ziek. Haar ingang van de maag was niet goed, dus ze kon er niet zoveel zelf aan doen. Ze woonden in West. Paul herinnert zich dat hij bij hen langs ging en dan naar de kermis op het Mercatorplein ging. Tante Mies lag later veel op bed. Spreekwoordelijk was Mies’ zuinigheid. Oma klaagde dat als ze bij haar schoonzus langsging het oude, kapotte servies op tafel werd gezet, terwijl ze een mooi servies in de kast had staan maar nooit gebruikte. Miep erfde dat, maar gebruikte het uiteindelijk evenmin, want het was onpraktisch: het kon niet in de afwasmachine. Mies’ zuinigheid zorgde er wel voor dat ze in de Hongerwinter op Tweede Kerstdag nog een blikje zalm wist te presenteren. Ans herinnert zich dat Mies de hele tijd An der schöne blaue Donau speelde op de piano, meedeinend op de pianokruk met haar derrière. Ook stuurde Mies ieder jaar kadootjes (borduursels) aan prinses Marijke/Christina omdat ze op dezelfde dag jarig waren, zodat er nu een hele serie kaartjes met bedankjes van de prinses aan Mies in de kist zitten.

Ans herinnert zich dat ze bij een zus van tante Bep, tante Rietje, is geweest, in Hattem bij Zwolle. Rietje Oude Elferink (1906-1992) was in 1931 getrouwd met oom Jan (Martron, 1906-1992), kantoorbediende (later ook bedrijfsleider en koopman). Hij had een pannenfabriek, maar zijn zaak ging niet zo geweldig. Ze verhuisden na hun trouwen van Amsterdam naar Hattem waar ze in een huis van Anton Pieck woonden (d.w.z. waar sinds 1984 het Anton Pieck Museum huist) en vier kinderen kregen. Toen ze een jaar of vijftien was, heeft Ans er gelogeerd.

Wim had een broer Gerard Leuring, die goed kon schilderen. Tante Ans heeft nog werk van hem. Hij was weliswaar geen beroepsschilder maar toch. Wim en Gerard staan samen op een foto uit de Eerste Wereldoorlog. Uit dezelfde tijd zijn foto’s van de broers Blom en van Frits Blom in militair tenue.

Frits en Trees zouden in 1914 trouwen, maar toen brak zomer 1914 de Eerste Wereldoorlog uit en werd Frits gemobiliseerd. Tijdens het begin van de oorlog moest Frits een jaar werken aan de nieuwe Hembrug in Noord, zodat de trouwerij uitgesteld moest worden en ze pas in 1915 konden trouwen.

Ook was het niet Oom Guus die de moppentapper was, zoals Ineke Ivo vertelde, die Anton iedere keer dat ze bij hem langs ging de nieuwste moppen moest vertellen. Anton en Riek konden geen kinderen krijgen en waren dus best jaloers op het kinderrijke gezin Blom-Hurks. Ze hebben wel later zelf een kind aangenomen, een jongen uit Wenen, Jos. Omdat Anton niet goed voor hem kon zorgen, werd hij een tijd uitbesteed bij tante Mies. Mies en Wim hadden zelf geen kinderen.

gebroedersblom

De Gebroeders Blom op Nieuwjaarsdag. Foto: Tiny Blom.

Op Nieuwjaarsdag kwamen alle broers van Frits naar hun toe omdat hij de oudste was. Oom Guus nam dan zijn toverlantaarn mee waarvan de kinderen Blom genoten. Een tijdlang moet het Frits en Trees redelijk goed af zijn gegaan. Vanaf 1916 kwamen er ieder jaar kinderen bij, te beginnen met Tiny (1916), maar nadat de tweede dochter Geesje (1917) – volgens Ans werd ze alleen Zusje genoemd – was geboren werd een jaar overgeslagen. Zusje overleed al in 1920. Na hen kwamen achtereenvolgens Tony (1919), Jeanne/Sjaan (1920), Miep (1921), Ans (1923), Frits (1924), Guus (1926), Trees (1927), Jan (1929), Ineke (1930) en Arda (1932). Over dat enorme kroost schaamde Frits zich later wel: Wat heb ik je aangedaan, verzuchtte hij. Trees antwoordde dan nuchter: ‘Welke wil je missen dan?’ Al die kinderen betekende negen maanden dragen en negen maanden zogen, dus Trees had het naast haar werk voor Hirsch en het huishouden behoorlijk druk, want Frits stak in het huishouden geen vinger uit. Als Trees ziek was, kon hij nog net thee zetten.

opablom-molenpad

Frits Blom, zelfstandig meubelmaker. Foto: Tiny Blom.

In 1928 werd Frits Blom als zelfstandige meubelmaker failliet verklaard. Dit was een jaar voordat de grote bankcrisis zou losbarsten en het op dat moment economisch in Nederland nog juist behoorlijk goed ging. Het faillissement werd in verschillende kranten vermeld. De redenen zijn nog onduidelijk, maar in 1931 werd het faillissement opgeheven. Het zal een flinke slag voor de familie zijn geweest, want al werkten later de kinderen Blom allemaal mee en droegen hun salarissen af, in 1928 was het oudste kind Tiny pas 12 en waren er daarnaast nog zeven kindermonden te voeden. Frits was geen zakenman, aldus Ans, dus mogelijk heeft hij toen eieren voor zijn geld gekozen en is hij voor een baas gaan werken. Uit die tijd stamt opa’s gevleugelde uitspraak Beter grote knecht dan kleine baas… zoals Huub van Tiny en Jos zich dat herinnerde.

Lang heeft Frits namelijk gewerkt voor de bekende firma Dols (opgericht in 1915) op de Keizersgracht 500, bij de Leidsestraat, die een chique klantenkring had in Bloemendaal en Heemstede en die klanten als de familie Vroom en de familie Dreesmann had. Opa Blom deed via Dols de betimmering van de raadszaal van het Zandvoortse stadhuis. Ook werkte hij voor het Stedelijk Museum en zou directeur Willem Sandberg gekend hebben. Via Dols kreeg Frits zo grote opdrachten, maar hij was wel natuurlijk afhankelijk. Hij zou tot zijn zeventigste werken in zijn atelier bovenin een pand aan het Molenpad. In de Hongerwinter, toen Ans op het effectenkantoor werkte, ging ze tussen de middag met haar vader lunchen in het Coöperatieve Restaurant tegenover vaders atelier.

hurks-ouders

Foto: Familie Hurks aan de borrel…

De familie van oma Blom-Hurks

moedervanomablomDe familie Hurks kwam uit Vught in Noord-Brabant. Opa Marinus/Martinus Hurks (1854-1931), de vader van oma Blom, was, na zijn huwelijk met Johanna van der Meijden (overleden in 1885 en drie kinderen samen,) in 1886 in Apeldoorn hertrouwd met Gesina/Geesje van der Pol (1851-1947), de oma die Ans nog goed heeft gekend en die als kind in een weeshuis in Zwolle was opgegroeid (zie foto, van Tiny Blom). Haar vader was namelijk al in 1859 overleden, haar moeder drie jaar later, in 1862. De meeste kinderen werden tussen 1886 en 1895 in Apeldoorn geboren. Rond 1900 kwam het gezin in Amsterdam wonen. Opa Hurks heeft Ans ook nog als kind gekend, ze zat dan op zijn schoot en hij deed hop-paardje-hop. Het was een lieve man met een grote witte baard. Hij woonde in Vught en werkte aanvankelijk als tuinman bij freules daar. Hij was later meubelmaker. Opa Hurks had uit zijn eerste huwelijk twee dochters, tante Anne (1884-1959) en tante Nettie (1880/1881-1943), en een vroeg overleden zoontje, Marinus (1881/1882-1896). Nettie was in 1898 vanuit Apeldoorn naar Amsterdam gekomen, Anna volgde in 1902.

omageesjeendeblommen

Oom Stefan, Tante Geesje, Grootmoeder Geesje Hurks van der Pol, Oma en Opa Blom.

omageesjeenfamilieblom

Grootmoeder Geesje Hurks van der Pol temidden van de Blommen…

Tante Anne was getrouwd met de goudsmid Karel Oosterling (1880-1958). Ze hadden twee zoons en twee dochters. Tante Nettie was niet getrouwd. Ze werkte als huishoudster bij een pastoor. Na de Eerste Wereldoorlog adopteerde ze een meisje (Emmy) uit Hongarije, vermoedelijk vanwege de revoluties daar in 1919. Opa en oma Hurks gingen toen ze bejaard waren naar het bejaardentehuis St. Jacob, bij Artis. Oma Hurks woonde later in bij tante Lies en daarna bij oma Blom. Ze sliep dan op een kamer met Tony. Later verhuisde ze naar bejaardentehuis Bernardus.

Marinus Hurks en Gesina van der Pol hadden zeven kinderen, van wie er twee binnen een jaar overleden. Wie overbleven waren Stefan, Trees (oma Blom), Sjaan, Rietje en Jan.

oomstefanOom Stefan (1886-1979), oma’s oudste broer, was bij zijn trouwen kantoorbediende maar later had hij een groothandel in schoenen, namens de schoenenfabriek Mannaerts in Tilburg. Maar Ans vond de schoenen maar niks, veel te tuttig. Stefan was in 1912 getrouwd met tante Geesje (Gesina Joh. Lutjeveld, 1881-1970). Voorafgaand aan twee heel vroeg overleden kinderen hadden ze al drie dochters, de tweeling: Rietje (1913-?) en Leny (1913-?), en daarna een dochter Wiesje (Louise Johanna, 1916-1953), die is vrij jong gestorven. Ans heeft haar nog uitgezwaaid toen ze zelf naar Indonesië vertrok. Oom Stefan is heel oud geworden: 93. (Op de foto de familie van oom Stefan, met rechtsonder Tiny Blom).

dagjevaren

Dagje varen, Rietje en Lenie Hurks, Tiny, Guus en Ans Blom.

Stefans zus Sjaan (Adriana Johanna, 1891-?] was in 1923 getrouwd met en in 1931 gescheiden van Gradus Bijvoets (1895-1955), een letterzetter en mede-eigenaar van een zetterij in de Jordaan. Sjaan was verbannen binnen de familie, omdat ze een niet-katholiek man had getrouwd (en misschien ook wel, omdat ze was gescheiden). In de oorlog leverde Bijvoets illegaal zetwerk voor het Parool, werd gearresteerd maar wist vrij te komen. Bijvoets en zijn vrouw hadden twee dochters, van wie Ans er nog eentje gekend heeft.

Tante Rietje Hurks (Maria Johanna Hurks, 1893-1929) was in 1923 getrouwd met Gerard Molenaar (1895-1947), kantoorbediende en zoon van een stalbaas. Met Sinterklaas ging Ans er langs en kreeg dan een chocoladepaard, maar dat mocht ze later niet mee naar huis nemen, dat vond ze verschrikkelijk.

Oom Jan (1895-1987), onderwijzer van beroep, was in 1923 getrouwd met tante Liesje (Elisabeth Veltman, overleden in 1971). Ze hadden zes kinderen, onder wie de tweeling Rinus en Jan. Hun dochter Ria was een lieverd, Ans heeft haar teruggezien bij de begrafenis van tante Jeanne. Ook oom Jan is heel oud geworden: 93, net als oom Stefan. Jan Blom is naar hem vernoemd (beide hadden de doopnamen Johannes Franciscus). Overigens werden niet alleen de Hurksen oud. Frits Bloms grootvader Dirk Nicolaas Blom (1820-1912) werd ook 92. Naast alle welig tierende kindersterfte van de afgelopen eeuwen zijn dit de andere extremen.

Trees (oma Blom) zelf is geboren in 1889 in Apeldoorn. In haar jongere jaren was ze naaister, net als haar zus Rietje. Trees werkte als naaister voor het chique warenhuis Hirsch aan het Leidseplein. Ans ging met haar moeder naar de uitverkoop van Hirsch om kinderkleren te kopen, bijvoorbeeld een Engels geruit jasje en hoedje. Trees was dan wel zuinig, maar ze liet wel de kinderen en kleinkinderen een gouden tientje na. NB: bij Ans’ latere schoonouders Jan Coenraad Adama en Trijntje Fontijn zaten ze er warmer bij. Opa Adama had Russische aandelen (maar die zullen na 1917 niet veel meer waard geweest zijn). Hij was via zelfstudie opgeklommen tot hoofd accountant bij de Nederlandse Bank, daarvoor was hij politieagent in Zaandam. Hij is helaas vroeg gestorven (in 1942), net als zijn zoon.

gezin-hjstraat

Familie Blom in de Hendrik Jacobsstraat. Foto: Tiny Blom.

Oorlog en de Katholieke enclave

De Blommen waren een katholiek gezin. Frits zong bij de Krijtberg. Soms ging Ans mee. Na afloop gingen ze dan eerst langs de scheermesjesverkopers op het Waterlooplein en dan kreeg ze chocolademelk en een gebakje bij Formosa. Guus zat bij het katholieke koor De Minnestrelen van de beroemde Hubert Cuijpers. Maar Ans speelde wel met joodse kinderen, zoals de zoon van de wethouder Boekman. Boekmans dochter Suze vluchtte met haar man naar Amerika maar het schip werd getorpedeerd. Daarop vergasten de ouders zich. Mooi vond Ans de stoet aangeklede joodse mensen op sabbat.

Mary DresselhuysToen ik vertelde hoe Mary Dresselhuys in een documentaire verhaalde over het afvoeren van de joden, zei ze dat niet zelf gezien te hebben. Wel is ze eens in Dresselhuys’ huis bij het Victoriaplein geweest. Tante Miep was bevriend met Liesbeth, een kindermeisje in Noordwijk. Zo kwamen ze eens bij het kindermeisje van Dresselhuys en Laseur, en dus bij henzelf thuis. In de oorlog gingen ze naar het theater in het Centraal Theater in de Amstelstraat (waar Mary Dresselhuys als lid van het Centraal Toneel daar jarenlang optrad) en naar concerten in het Concertgebouw.

Ineke en Jan werden naar de Achterhoek gebracht op een vrachtwagen. Dat was niet geheel ongevaarlijk. Oom Marcel, die in het verzet zat, had geregeld dat onderin de vrachtwagen wapens zaten. De kinderen dienden dus als dekmantel. Ineke heeft zich altijd ontzettend eenzaam gevoeld in de tijd dat ze bij de boeren zat, heeft dat haar ouders toch wel verweten. Maar haar moeder was geen knuffelaar, zo was ze ook niet opgevoed en bovendien was er jarenlang ieder jaar een nieuw kindje erbij gekomen om te verzorgen. De oudere kinderen zorgden dus voor de kleintjes. We hebben al op de Blommensite kunnen lezen dat dat eerst neerkwam op Tiny en blijkbaar vervolgens op Ans.

Na de kleuterschool in de Banstraat en de – nieuw gebouwde – lagere school St. Theresia (jongens- en meisjesschool, tegen de Agneskerk aangebouwd), werd Ans na een jaar van de Huishoudschool afgehaald om voor de kleine kinderen te zorgen. Vijf jaar lang moest ze voor de kinderen zorgen, ze iedere dag naar school brengen, etc. Daarna was ze dat zo beu, dat toen een vriendinnetje tijdens de oorlog zei dat ze hulp nodig hadden bij een effectenkantoor, ze blij was het huis uit te kunnen. Dat was haar eerste baan, in de oorlog. Maar zolang je nog thuis woonde, moest je wel je salaris afdragen aan je ouders. Dat deed toen iedereen. Nadat Ans ging werken, nam Trees van Ans het stokje over in de Hendrik Jacobszstraat.

Ans’ zus Tony kon volgens de juffen van de school in de Banstraat zo goed leren, dat ze door mocht naar de kweekschool. Ze zat daar intern bij de nonnen, wat voor haar rustiger was dan thuis, maar het was wel minder gezellig. In 1938 slaagde ze. Toen ontmoette ze Marcel en diens vriend Eugene. Eugene had op een avond bloemen voor Tony meegenomen. Die overhandig ik wel, zei Marcel, en zo is het gekomen. Marcel was eind jaren dertig naar Nederland gekomen, zijn moeder was met alle broertjes en zusjes ook overgekomen, maar de vader (een typisch mannetje) bleef in Suriname. Hij kwam een keertje over maar vond het niks. Naast Marcel had je James (Jim), Elfi, Dette, Fons (Alfons) en Harry. Harry ging terug naar Suriname maar werd daar neergeschoten bij een overval.

feest1 klDe familie A-Tjak woonde aan de Van Eeghenstraat, niet slecht dus. Ton en Marcel trouwden in 1943, Frits en Lou waren getuigen, Jan was misdienaartje, en Ans en Miep waren de oudere bruidsmeisjes. Ton en Marcel woonden in de Nierstraat 57, waar ze zelfs nog in februari 1944 een heus carnavalsfeest organiseerden, waarvan nog fotootjes zijn. Op de muren prijken cartoons als versiering en er was een heuse bar.
feest4 klOp de foto’s zie je de Blommen en de A-Tjaks, maar ook Dick Lewis, met wie Marcel bij Soesterberg in het leger had gezeten en die met hem in het verzet zat. Ze zijn een keer opgepakt maar overleefden het wel.

Tante Jeanne begon in de Zijlstraat in een stoffenzaak, later bij de V&D. Ze leerde Lou kennen uit Weert. Die zat in de Valeriusstraat in pension, maar had het daar zo slecht dat hij vaak bij de Blommen mee at. Oma deed daar niet zo moeilijk over. Ook zij trouwden in 1943. Bij gebrek aan geld droeg Jeanne Tony’s trouwjurk. Opnieuw waren Ans en Miep de oudere bruidsmeisjes. Ans bracht in de oorlog ook krantjes rond, Oranjekrantjes, geen Parool of zo. Ze haalde die dan op in de Nes.

opdetennisbaan-klMet Miep zat Ans op tennis bij Plezier in Tennis (PIT), dat was van het Ignatiuscollege. Daar waren ook leuke feestjes bij. Ans was erg close met Miep, al was dat iemand die behoorlijk de baas kon spelen. Mogelijk is ze daarom nooit getrouwd. Maar andere verhalen op deze site lezend, waren er meer dominante figuren bij de Blommen.

Er werd heel wat kattenkwaad uitgehaald bij de Blommen. Guus bedacht het en liet het anderen uitvoeren, aldus Ans. De anekdote van het brandje op zolder: Trees, Guus en Jan hadden in de oorlog een deken die over een lat hing voor de lol aangestoken, toen Trees lucifers had bemachtigd. Dat liep uit de hand en de brandweer moest komen blussen.

Frits en Guus zaten later in de oorlog een tijdlang bij een boer in Amstelveen en kwamen met massa’s bonen en erwten terug. Vlees was er niet, dus het werd vegetarische erwtensoep. Guus had het over illegaal meegesmokkelde erwten, maar volgens Ans leverde de boer gewoon het eten en werd dat in natura terugbetaald via een slaapkamerameublement van Frits Senior, Opa Blom.

WeckpottenDaarnaast had oma weckpotten staan met ingemaakte prei en selderie. Kolen waren er niet, dus er werd gekookt op hout, met 1 pitje. Het garen ging in een hooikist. Later kwam er op de overloop een hele kast met weckpotten. Van gemalen rogge werden er broodjes gegeten. In ieder geval at Ans nooit bloembollen in de Hongerwinter. Broer Frits had altijd honger. Als iedereen een brood kreeg, had Frits die van hem meteen op en kreeg dan nog wat van de zussen. Frits was niet in orde, hij mankeerde van alles aan zijn ingewanden. Hij is dan ook vroeg overleden. Tante Wil en hij zijn daarom maar kort getrouwd geweest. Ans ontmoette jaren later, via dochter Linda, dr. Dijkstra, de vader van Sjoukje Dijkstra, die ook Frits als patiënt had gehad en Tiny slagroomkuren liet volgen omdat ze volgens hem te mager was. Behalve met Miep, was Ans ook close met Frits.

Op Dolle Dinsdag stond de hele stad op zijn kop, omdat men dacht dat de Geallieerden zouden arriveren. Ans ging met Miep naar het Leidsepleintheater, waar Wim Sonneveld optrad. Die was echter stomdronken, net als de rest: te hard de bevrijding gevierd.

zusjesblom-kl

Foto: zusjes Blom, links Miep, rechts Ans.

Na de bevrijding, Engeland en Indonesië

purley-highstreetIn 1947 ging Ans naar Engeland om au pair te worden, bij de familie Hewett in Purley (nu een wijk van de borough van Croydon, Zuid-Londen – zie foto links). Het was niet ver van Londen, dus ze maakte dagtripjes naar Londen en ging gezellig uit. Ans vertrok eind juni. Miep kwam eind augustus ook over, maar kreeg na 10 dagen al heimwee en ging na drie maanden terug. Bovendien wilde Miep geen au pair worden. Ze probeerde een kantoorbaan te vinden – ze beweerde dat ze wel even een baan bij een ambassade zou regelen – maar dat mislukte. Ans was au pair bij Joyce Hewett en Henk Bos, buren van tante Jeanne. Hij was marineofficier en moest naar Indonesië tegen zijn zin. Daarop ging Joyce met haar kinderen naar haar ouders in Purley. Ze hadden twee kinderen, Ali en Jennifer. Ans bleef bijna een jaar in Engeland maar kwam terug toen oma oververmoeid bleek te zijn. Daarna werd Ans parttime personeelsmedewerker bij de Bijenkorf. Later kon ze bij het Informatiebureau van de Bijenkorf komen werken (1949). Dat was een leuke baan, omdat je met klanten meeging om in te kopen, papieren en verzending te regelen. In die tijd vertrokken er bijvoorbeeld veel joodse mensen naar Israël. Ik vroeg haar of in die tijd Benno Premsela al de etalages voor de Bijenkorf maakte? Prutselaar was zijn bijnaam, aldus Ans. Hij was toen nog niet de etaleur van latere jaren.

jankarbashNa de oorlog zou Ans’ broer Jan in de Valeriuskliniek werken, bij de Bloedtransfusiedienst. In 1949 werd hij met het leger uitgezonden naar Indonesië, om daar bij de Bloedtransfusiedienst te werken. Een van zijn collega’s was Henny Heijn, een zus van Albert Heijn. Ter gelegenheid daarvan werden er chique portretfoto’s van Jan en van de hele familie gemaakt bij de fotograaf Karbash aan de Van Baerlestraat. In 1951 zou hij teruggaan om een tandpastafabriekje te leiden, Pebeco. Dat duurde niet lang, omdat de Indonesische overheid erachter kwam dat Jan zich had ingelaten met subversieve activiteiten. Een paar dagen dook hij onder bij Ans en hielp daar met wassen en strijken, want het was net ‘Lebang’, waarbij de baboes niet werkten en Ans dus zelf voor Yvonne moest zorgen. Daarna werd hij opgehaald en was in een wip weer in Nederland, terwijl zijn verloofde Maria nog dacht ‘met de handschoen’ te gaan trouwen en naar Indonesië te gaan. Jan was overigens niet de enige die naar Indonesië vertrok. Ton en Guus gingen, en ook Ans.

Nu ben ik gauw weduwe, dacht Ans. Gelukkig liep het goed af…

janadama-indienst-kl

Jan Adama (links vooraan) in militaire dienst.

In 1950 trouwde Ans Jan Adama die ze in lijn 16 voor het eerst had ontmoet. Voor haar en nog meer voor haar katholieke familie liet hij zich dopen, ook al hield hij wel afstand. Voor mij begint de mis om half twee bij Ajax, was een uitspraak van hem. Jan Adama werkte al bij Onderling Belang, een handelsfirma in Indonesië met inkoop in Nederland, met vestigingen in Jakarta, Soerabaja en Bandoeng. Jan en Ans kwamen in Jakarta terecht. Vier jaar zijn ze er geweest, van 1950 tot 1954; ze vertrokken kort na hun bruiloft in 1950.

De vaart met het grote schip was leuk, met dansavondjes en spelletje aan boord, maar in de Golf van Biskaje was het minder leuk. Yvonne werd in 1952 in Indonesië geboren. Er was een hoop gedoe om een re-entry permit te krijgen, zodat Yvonne mee terug kon. Het werd onderhands geregeld, maar uiteindelijk was het niet eens meer nodig.

rampokbende2Ze waren net zes weken in Indonesië en Jan had al wat Maleis geleerd, toen Ans en Jan op een avond werden overvallen. Het was donker, er was weinig verlichting, de deuren stonden open voor de warmte. Ineens stonden er twee kerels met een rode lap en een pistool. Uwang en mas (geld en goud) wilden ze. Jan had nog snel zijn geld in zijn décolleté weten te laten glijden. Hij werd in de achterkamer met zijn eigen stropdas vastgebonden. De horloges werden afgepakt. Zelfs een koperen lippenstift werd uit de kast meegenomen, omdat ze dachten dat het goud was. Het was een spannend moment, want bij eerdere overvallen waren er al mensen doodgeschoten en allebei de mannen hadden pistolen. Nu ben ik gauw weduwe, dacht Ans. Gelukkig liep het goed af en de volgende dag werden ze door Ans’ broer Jan met een versierde stationcar opgehaald, maar de angst bleef vier jaar lang en soms heeft ze er nog nachtmerries van.

1946 Pemudas kl

Ranpokbende van de ‘Pemuda Sosialis Indonesia’ op jacht naar Hollanders.

lou-en-len.jpgLater viel ze tot overmaat van ramp nog eens voor uit een hoge open auto; haar gezicht was helemaal zwart. Ze reed toen mee met Jan Blom, al zat een maat van hem achter het stuur. Die had plotseling moeten remmen voor iets. In 1952 trouwden Len en Guus in Soerabaja, Ans was er bij.

Len was eerder in Nederland met de handschoen getrouwd, Lou was Guus’ vervanger geweest. Na een jaar mocht Len haar man achterna. (Foto: Tiny Blom: Lou trouwt Len met de handschoen).

jan-in-indie-kl

Jan Blom als chauffeur bij de bloedtransfusiedienst in Indonesië.

Verder was het hard werken voor Jan Adama, want officieel kreeg je pas twee weken verlof na vier jaar werken. Wel is Jan een keer erg ziek geweest, waardoor ze twee weken boven Bandoeng mochten verblijven. Door de grote afstand en het vele werk hebben ze Guus, die in Soerabaja werkte, nauwelijks gezien. Wel zijn Ans en Jan bij Ton en Marcel op Biliton geweest, waar Marcel ingenieur was bij de Biliton-tinmaatschappij. Hij deed zijn werk daar blijkbaar zo goed, dat toen in 1958 alle Nederlanders er uit werden gezet, hij teruggevraagd werd.

Eind 1954 kwamen Jan, Ans en Yvonne terug naar Nederland, varend via de Rode Zee. Oom Jan was daarbij de enige die met 40 graden nog in de zon lag. Hij vond het altijd wel lekker in de zon te liggen, in tegenstelling tot Ans (en Paul).

Ans-Blom

Tante Ans op het balkon achter de woning aan de Max Planckstraat.

Terug in Nederland woonden ze eerst in de Van Baerlestraat, bij Ans’ schoonmoeder. Daarna verhuisden ze naar de Max Planckstraat, in de Watergraafsmeer, waar Ans een halve eeuw gewoond heeft.

Hier vind je de Persoonlijke Pagina van Tante Ans op deze site.



Ivo Blom | Amsterdam, 14 december 2017


Foto’s met blauwe rand uit de collectie van Tiny Blom. Via Huub Koch.


Overige historische foto’s: Huub Koch, via Google.


Filmpje met Tante Wil door Linda Adama.


Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close