Ineke en Leo eindelijk onder de pannen!

Gesprek van Ivo Blom met tante Ineke Van Rosmalen-Blom en oom Leo van Rosmalen, zondag 19 december 2010.


Over grootouders, ouders, ooms en tantes

gesina-vander-polOp 3 december 1930 werd Ineke in Amsterdam geboren als Gesina Maria Blom. Haar grootouders van vaders kant (Guus – Augustinus Giacento Blom en Christina Sterkman) heeft Ineke nooit gekend. Ze overleden al in respectievelijk 1923 en 1924. Wie ze wel gekend heeft was Gesina Hurks – van der Pol (Foto links), de moeder van haar moeder (Trees). Zij groeide op in een weeshuis in Zwolle nadat haar ouders waren overleden en bleef daar tot haar achttiende. Ze had bij de nonnen Frans geleerd, dus werd ze later kindermeisje of gouvernante bij een familie in Den Haag. Oma Hurks woonde in Ineke’s jeugd in het bejaardentehuis Bernardus aan de Marnixstraat, waar ze in 1947 overleed. Iedere maandag bracht Ineke haar eten, want ‘s maandags kreeg ze zuurkool in het tehuis en dat lustte ze niet.

blommen-en-gesina

De Blommen met in hun midden Gesina Hurks – van der Pol.

Voor de oorlog heeft ze een tijdje ingewoond bij de Blommen in de Hendrik Jacobszstraat, maar vanwege alle kinderen kon het niet langer.

Vader Frits Blom en moeder Trees Blom-Hurks trouwden in 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze hadden al eerder willen trouwen, maar toen de oorlog uitbrak werd Frits tewerkgesteld, zodat de bruiloft een tijd moest worden uitgesteld.

Hirsch&Co_LeidsepleinMoeder was naaister bij Hirsch aan het Leidseplein (zie foto). Ze was gediplomeerd coupeuse, mogelijk had ze dat op de nonnenschool geleerd. Ze is wel eens naar de freules van Haarzuilens geweest, waar ze in korsetten naadplooitjes of ribben moest maken, met de hand: 2 cent per uur kreeg ze er voor. Toen haar kinderen later veel meer gingen verdienen, schrok ze van die salarissen.

Vader werkte voor de Antiquair Dols & Co en heeft zo ook reparaties voor het Rijksmuseum gedaan. Hij werkte ook voor Vroom en Dreesman die de statige huizen aan het Museumplein bewoonden, voor de directeur van Die Deutsche Bank, enzovoorts. Van het raadhuis van Zandvoort (zie interview met Guus) wist Ineke niets. Vader had maar 1 permanente knecht, Karel (Leo: een Oostenrijker…?), daarnaast had hij ook losse assistenten. molenpadHij had zijn atelier op de derde etage van een huis aan het Molenpad (zie lithografie), je kon van daaruit de gracht niet echt zien. Er was een grote hijskraan om de antieke meubels in en uit te takelen. Eigenaar van het pand was de klokkengieter Hemony, die het verhuurde aan vader. Er was een enorm steile houten trap, waar de kinderen wel eens afdonderden. Frits rookte op zaterdag en zondag stevige bolknakken en doordeweeks kleintjes, maar moeder hield niet van roken. Over de Italiaanse invloed: die kwam via de Blommenkant. Vader had donker, zwart haar, Ineke’s broer Guus ook.

De broers en zussen van Frits en Trees

Tante Mies Blom was de enige zus van Frits. Ze was getrouwd met Willem Leuring, ze hadden geen kinderen. Ze waren zo zuinig, dat toen ze stierven alle neven en nichten duizend gulden kregen. Tante Mies deed altijd alsof ze het zo moeilijk had vanwege haar zuinigheid, maar dat viel dus wel mee. Ze was wel altijd ziek of onderweg. Ze vroeg Ineke of die niet bij haar wilde komen wonen om voor haar te zorgen, maar Ineke dacht er niet aan. Dat vond ze veel te bindend. Tante Mies was trouwens zo dol op borstplaat dat ze eens voor Sinterklaas een sandwichbord van borstplaat hebben gemaakt. Mies was dus getrouwd met oom Willem, gemeentelijk timmerman, die altijd vol verhalen zat. Oom Anton Blom was getrouwd met tante Riek. Ze woonden in Alkmaar en hadden een aangenomen kind uit Oostenrijk. Hij moest altijd de laatste moppen vertellen. Dan had je oom Chris, die zo zijïg was en viool speelde. Oom Guus had een textielzaak, was een leuke vent… was ook een grappenmaker. Ineke had haar hele uitzet van hem. Zijn vrouw was tante Bep, was een schat, ze kwam van Tilburg. En aan de Hurks-kant had je bijvoorbeeld oom Jan, de hoofdonderwijzer.

De kinderjaren van Ineke… en nee, De Blommen waren geen lieverdjes

Ineke en haar ouders en broers en zussen woonden aan de Hendrik Jacobszstraat 36, op de derde en vierde etage. Onder woonde melkboer Kren. Op de eerste etage woonde Derks, die vaak dronken was, op de tweede de trambestuurder Bruns. Men klaagde over de Blommetjes, die dan ook geregeld met zijn elven de trap af denderden en kabaal veroorzaakten. De indeling van de woning klopt met oom Guus’ beschrijving. Wel werd op de derde de huiskamer doorgebroken toen een aantal kinderen de deur uit waren. In het midden van de kamer werd een grote ronde boog gemaakt die van opzij afgetimmerd was. De meisjesslaapkamer op de vierde was zo groot als de huiskamer op de derde. Daar sliepen in twee stapelbedden Ineke & Trees en Ans & Miep. Verder was er een ronde tafel met stoeltjes en een grote hutkoffer die vol stond met weckflessen van oma (tomatensoep, volgens oom Leo). In het kleine kamertje bij de keuken sliep eerst Tiny, later Frits en ook Ineke heeft er een tijdje geslapen.

guusster-kl2Jan was de scheikundeman, Guus was altijd de stoere man, de rebel (zie foto rechts). De broers waren bepaald geen lieverdjes. Maar alle Blommetjes waren eigenlijk wel ondeugend. Ineke ging naar de lagere school van de Agneskerk, die daar opzij van zat. Natuurlijk was het een aparte meisjesschool, de jongens hadden een aparte jongensschool. Op de lagere school waren het nonnen, die Ineke vreselijk vond, omdat ze zich overal mee bemoeiden. Je moest van alles. Er was weinig geld in de familie, er waren tenslotte elf kinderen te onderhouden, dus naar de bioscoop gingen ze niet. Ja, misschien de jongens wel, want die waren altijd bezig met handeltjes. Eén keer per jaar gingen ze wel een hele dag naar Artis, met de tram. En iedereen mocht wel op één sport: de ouderen op tennis, Trees en Ineke op turnen. Dansen mocht ook, want dat kostte niet zoveel, echt iets voor Tiny. Jan was altijd aan het rotzooien met chemicaliën. Zo had hij eens een shampoo zelf gemaakt en daarmee Ineke’s haar toegetakeld. Ze werd door school naar huis gestuurd, omdat het zo geweldig stonk.

De Rooms-Katholieke familie Blom viel onder de parochie van de St. Agneskerk aan de Amstelveenseweg, door architect Jan Stuyt gebouwd in 1920-21 (het transept en koor in 1931-32). De kerk bestaat nog steeds, werd in 1990 gerestaureerd en in 1996 tot Rijksmonument verklaard, en wordt nog steeds gebruikt voor de liturgie.

Bijna alle Blommen trouwden in de Agnes, ook Ineke en Leo. Pastoor van de Agnes was destijds A. Kokkelkoren, die daar tussen 1937 en 1964 de kerk leidde als opvolger van de eerste twee pastoors Snelders (1921-1926) en Van Beek (1926-1937). Pater Steenkamp trouwde Ineke en Leo in 1956. Hij gaf les aan het Ignatiuscollege en via Jan, die daar had gestudeerd en nog steeds de fancy fairs van het Ignatius deed, ontstond het contact.

Het vooroorlogse Rijke Roomse Leven in Amsterdam ging ver, zelfs zo ver, dat toen ‘moeder’ na het achtste of negende kind zei dat ze even niet wilde, de pastoor zei dat ze dan maar moest bidden dat er geen kind kwam. Ja, dat hielp natuurlijk niet veel. Toen ik naar de Katholieke verzuiling vroeg, antwoordde Ineke dat je natuurlijk met veel Katholieken omging via school, maar het was niet zo dat ze geen Protestantse kinderen zagen. metgewerenindeaanslagOok speelde Ineke met Joodse meisjes van de overkant. Ze kan zich goed herinneren dat die met geweren in de aanslag werden weggehaald en moesten lopen naar Centraal Station, waarvandaan ze werden gedeporteerd. Eerst had ze niet beseft wat er gebeurde, later wel.

Natuurlijk werd er veel gezongen bij de Katholieke Blommen. Vader zong in de Krijtberg. Ineke zelf zong op school, soms waren er met het schoolkoor uitvoeringen in de kerk. Ineke regisseerde ook zelf toneelstukjes op school, die één keer in een theater zijn opgevoerd. Ook had je de eindejaarbijeenkomsten vanuit school, waarbij de ouders langskwamen

Eenzaam in de Achterhoek tijdens de Tweede Wereldoorlog

tantedinaenduitsersFrits en Guus doken in de oorlog onder om aan een oproep aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen. Ineke wist niets van het maken van illegale verzetsblaadjes (het andere mogelijke motief). Jan, Frits en Ineke werden in de winter van 1943 naar de Achterhoek gestuurd om bij boeren de oorlog te overleven. (Foto links: Tante Dina den Bekker- Van Rosmalen, met Duitse soldaten in de achtergrond in Amsterdam. Foto: Collectie Tiny Blom).

Marcel A-Tjak, die in 1943 met Inekes oudere zus Tony was getrouwd , zat in het verzet en werd met anderen opgepakt en naar een kamp in Schoorl gestuurd, waar ze ‘s nachts uit ontsnapten nadat ze ‘s avonds na het appel waren teruggekeerd naar de barak. Marcel kreeg voor zijn bijdragen aan het verzet na de oorlog het Willemskruis, naast Wilhelmina en nog een derde persoon van wie Ineke de naam niet meer weet.

Marcel zorgde ervoor dat Ineke, Frits en Jan naar de Achterhoek konden ontsnappen met een melkwagen. Samen met een paar onderduikers verstopten ze zich achter de melkbussen. Bij de IJssel moesten ze zich heel stil houden, omdat daar controle was. Twee jaar verbleef Ineke in de Achterhoek, van haar dertiende tot haar vijftiende. Ze miste dus toen haar school. Van het Rode Kruis kregen ze nauwelijks hulp.

Jan kon bij die boer niet wennen. Diens vrouw was overleden en zijn dochters hadden tbc. Wel hadden ze een fijne hulp, die Ineke adopteerde en verzorgde als een moedertje. Letterlijk, want uit ruimtegebrek sliep Ineke ook bij haar in bed. Jan ging naar andere boeren in de omgeving, maar daarna raakte Ineke het contact met hem kwijt. Ze kon niet meteen bij de bevrijding in mei 1945 terug naar huis, maar moest wachten tot augustus 1945.

Ze kon zich ook het verhaal herinneren dat Jan thuiskwam en men daar niet blij was, omdat ze dan nog een mond te voeden hadden. Mogelijk was dat dus nog voor de bevrijding. Ineke vertelde ook dat ze eens is beschoten door de Engelsen, toen ze op eigen houtje naar Haaksbergen liep, op weg naar huis. Ze vluchtte zelf onder tafel bij een boer, maar de Duitsers die in eenmansgaten waren gaan schuilen werden gedood.

Ze had zich lang eenzaam gevoeld in de Achterhoek.

frits-guus-jan

Onderwijzer met Frits Blom jr., Guus Blom en Jan Blom. Foto: collectie Tiny Blom.

Na de oorlog: De broers, Indonesië, en de Trouwgolf: Tiny, Trees, Jan en Ineke

Ineke, die al op de Mulo had gezeten, ging na de oorlog terug naar school, bij de Zusters van de Liefde van Tilburg, die een klooster hadden aan de Prinsengracht, links opzij van de Spiegelstraat, dichtbij het Rijksmuseum. Ze moest nog twee jaar inhalen maar deed dat in één jaar.

Frits werd in de oorlog opgepakt. Hij bleek voedselbonnen voor onderduikers bij zich te hebben. Frits werd naar een kamp in de Achterhoek gestuurd en moest daar aan eenmansgaten werken. Hij liep daar een longontsteking op waar men geen aandacht aan besteedde. Later heeft hij daar een hartkwaal aan overgehouden.

Toen hij zwaar ziek werd, was de hele familie bereid om een dure operatie in Amerika te betalen, maar uiteindelijk hoefde dat niet meer omdat Frits inmiddels al was overleden. Hij was pas 34 en liet zijn jonge vrouw Wil met twee dochtertjes achter, José en Evelien. Frits, die voor de oorlog de Ambachtsschool had gedaan, werkte na de oorlog bij een elektronicazaak van Fraai en Korper. Jan en Guus daarentegen gingen in de handel. Jan deed het Ignatius maar maakte dat niet af. Hij ging in plaats daarvan naar de laborantenschool en ging vervolgens bij de Bloedtransfusiedienst werken. Dat deed hij ook in Indonesië waar hij zat vanwege zijn militaire dienst. Ze ‘leenden’ de ambulance wel eens om laat op stap naar de bioscoop te gaan en reden dan met zwaailichten. Guus zat toen in Modjo Kato, Jan in Bandoeng of Batavia, ze zagen elkaar weinig.

watersnoodramp1953In 1953 hielp Jan in Zeeland bij de Watersnoodramp. Veel weet Ineke er niet van, maar Leo is toen geregeld met hem op en neer gereden, want zijn familie zat in Den Bosch en zelf studeerde hij architectuur in Tilburg.

Ineke en Leo waren toen een stel en zochten elkaar eens in de veertien dagen op, ofwel in Amsterdam, of in het Zuiden. Leo moest dan logeren bij Len van Guus (Leny Minke), want in de Hendrik Jacobszstraat was het vol. Len was een goede vriendin van Ineke. Ze had aanvankelijk een oogje op Jan, maar die moest daar niks van weten. Later, in 1952, trouwde ze met Guus.

Net na de oorlog was inwonen bij je ouders heel normaal, de woningnood was hoog. Anderzijds emigreerden de Blommen niet naar Canada, Australië of Nieuw Zeeland. Alle broers van Inekes vriendin Ellen Ubink deden dat wel. Natuurlijk zaten er wel een paar Blommen in Indonesië: Tony en Marcel, Guus en Len, Jan een tijd, en Ans en Jan Adama. Rond 1955 werden de Nederlanders eruit gezet in Indonesië en dus kwamen de Blommen met de Willem Ruys terug, maar mogelijk niet allemaal tegelijkertijd.

Marcel had bij Biliton gewerkt, ging daarna eerst bij een fabriek werken die ‘wit’ maakte voor verf en werd daarna medewerker bij de TU in Delft. Hij was in de jaren dertig uit Suriname overgekomen om in Nederland voor piloot te studeren. Toen de oorlog uitbrak was hij ‘waarnemer’ en zijn vliegtuig werd neergehaald, maar hij overleefde het. Toen hij Tony leerde kennen, werd hij een van de spreekwoordelijke ‘mee-eters’ in huize Blom.

Altijd werd er samen Sinterklaas gevierd, jarenlang. Maria kreeg van Jan een enorme vlo, omdat ze altijd vlooien had als ze met de tram ging. Overigens heeft Ineke ook eens meegemaakt dat ze met haar moeder met de tram ging en die vlooien oppikte. Maar dat was nog voor de oorlog. Ze ging toen om haar amandelen te knippen. Ze hadden toen geen clementie: je werd op schoot genomen, de arts trok ze eruit en je kreeg een doek voor het bloeden mee voor de terugreis per tram. Een uurtje erin en een uurtje terug.

treeshans-klIn 1955-1956 volgde een grote trouwgolf. De eersten waren Tiny en Jos Koch in juli 1955, daarna Trees en Hans Kleingeld midden januari 1956 (zie foto), Jan en Maria Slager een dikke week later, en Ineke en Leo van Rosmalen op 3 augustus 1956. In de verte waren Ineke en Leo familie van elkaar. Een zus van moeder’s vader Marinus Hurks, Adriana Hurks, was met Johannes van Rosmalen getrouwd. Hun zoon Arnoldus was Leo’s vader.

Leo en Ineke hadden lang gewacht met trouwen, omdat ze eerst een eigen huis wilden hebben. Via een tante van Leo ging een groot huis aan ze voorbij, omdat de gemeente bepaalde wie ze er in wilden hebben. Uiteindelijk kwamen ze op een flat aan de Pettelaarseweg terecht, eerst een driekamerflat, later een vijfkamerflat. De flat was voor die tijd modern: centrale verwarming in de huiskamer en slaapkamer maar nog niet elders.

inekeleohuwelijk-klLeo en Ineke hadden elkaar leren kennen via Leo’s vader Nout, die in hout handelde en zo bij Frits Blom thuiskwam. Ineke was dan altijd zo aardig tegen hem en bracht hem naar de trein, dat toen Leo voor de HTS slaagde Nout Ineke uitnodigde. En zo is het gekomen. Moeder was blij dat Ineke onder de pannen was en verzuchtte: Eindelijk!


Ivo Blom


De persoonlijke pagina van Ineke Blom op deze website. ->


Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close